About this blog

This weblog is part of the OpenCourseWare project of Delft University of Technology. We will inform you about updates of OCW-website and other interesting things around OpenCourseWare.

OCW Consortium


Visit other Opencourseware sites from around the world.

Facebook

Posted in May 2010

Open Educational Resources offer many advantages!

Anka Mulder (Education and Student Affairs TU Delft and Board Member of the International OpenCourseWare Consortium) and Karel Luyben (Rector Magnificus TU Delft) worte an artical (in Dutch) about the advantages Open Educational Resources and OpenCourseWare and call upon the Dutch government to invest in it, following the examples of theinternational frontrunners like the USA andthe UK:

"Gratis leermiddelen leveren heel veel op"

31 mei 2010 – Obama wil $500 miljoen in Open Course Ware investeren. Gratis onderwijsmateriaal stelt mensen in staat zich hun leven lang te blijven ontwikkelen en heeft vele voordelen voor de samenleving, zo redeneert het Witte Huis. Karel Luyben en Anka Mulder (TU Delft) dagen de Nederlandse overheid uit hetzelfde te doen.

Niet alleen de USA, maar ook de Britse overheid ondersteunt de ontwikkeling van Open Course Ware (OCW) al enige jaren met forse subsidies. Gevolg daarvan is dat de Open Universiteit UK nu een van de wereldleiders is op dit terrein: miljoenen mensen uit binnen- en buitenland maken gebruik van hun digitale onderwijsmateriaal. Amerika en het Verenigd Koninkrijk bevestigen hun koploperspositie. Nederland ook?

OCW is het wereldwijd digitaal en gratis beschikbaar stellen van onderwijsmateriaal in de vorm van complete cursussen. Meestal gaat het om materiaal voor hoger onderwijs, zoals een eerstejaarsvak economie, een mastervak nanoscience, Engels voor internationale studenten of wiskunde voor VWO-studenten die naar de universiteit gaan. Studenten maken er gebruik van en het inspireert docenten voor hun colleges en cursusmateriaal. OCW ondersteunt het reguliere onderwijs kan van alles bevatten: digitale hoorcolleges, proeftentamens, labexperimenten en visueel materiaal als filmpjes, grafieken en readers.

MIT, een van de Amerikaanse topuniversiteiten, begon bijna 10 jaar geleden met OCW. De TU Delft volgde als een van de eerste in Europa, samen met de Open Universiteit. Tegenwoordig zijn er zo’n 200 universiteiten die OCW-materiaal publiceren: tientallen in de VS, Japan, China, Spanje en het Verenigd Koninkrijk.

Weinig overheden hebben tot dusver interesse getoond voor OCW. Dat is jammer, zeker voor Nederland, want voor het Nederlandse onderwijsbeleid zou OCW goed kunnen worden ingezet. Hoe?

Betaalbaar houden van hoger onderwijs: Een van de belangrijkste punten in het vorige maand gepubliceerde rapport Veerman is de groei van deelname aan hoger onderwijs. Tussen 2007-2020 zal het hoger onderwijs een verdere groei doormaken van zo’n 25% in het HBO en 40% in het WO (CBS, 2010). Hoeveel er ook in het onderwijs geïnvesteerd zal worden, de verwachting is niet dat investeringen gelijke tred zullen houden met deze groei. Minder geld voor meer studenten betekent dat er creatiever met onderwijs moet worden omgegaan, bijvoorbeeld door het inzetten van digitale leermiddelen. In Delft doen we dat al en dat wordt met enthousiasme ontvangen. Onlangs pleitten onze studenten al voor het vervangen van hoorcolleges door videocolleges en een veel grotere mix van live en digitaal onderwijs.

Life Long Learning: De commissie Veerman stelt ook vast dat Leven Lang Leren niet leeft in Nederland. Het aantal deelnemers van de Open Universiteit is drastisch afgenomen en bijscholende werknemers gaan ook niet naar andere instellingen. Eerste ervaringen van de TU Delft geven aan dat deze groep wel degelijk kan worden bereikt met OCW. In Delft is het OCW-programma op het gebied van Water Management een van de meest succesvolle. Een van de redenen van dit succes is dat medewerkers van waterbedrijven het materiaal graag gebruiken om up to date te blijven.

Studiesucces: De uitval in het Nederlandse hoger onderwijs is hoog. Een van de oorzaken is dat studenten een verkeerd beeld hebben van de opleiding die ze kiezen. Voor het faciliteren van de juiste studiekeuze zijn de huidige voorlichtingsactiviteiten onvoldoende gebleken. De TU Delft gaat experimenteren met andere vormen en wil eerstejaars vakken online zetten voor potentiële studenten. Via OCW krijgen zij dan een zo reëel mogelijk beeld van de inhoud en het niveau van de opleiding van hun keuze en kunnen zij beter beslissen of die ook echt bij hen past.

Internationale positie: Veerman geeft verder aan dat Europa, bedrijven en hoger onderwijs, veel harder aan de slag moeten om de internationale positie te bevechten. De grootste economische groei vindt op dit moment plaats in Azië, waar landen als India en China nu de omslag naar een kenniseconomie maken. In de concurrentie om talent neemt Nederland maar een zeer gemiddelde plaats in. Nederland zou een veel actiever beleid kunnen voeren om talent te trekken. Onder de vorige regering is een vriendelijker visumbeleid voor kenniswerkers ingevoerd. Ook zijn voorzichtige stappen gezet om Nederland te profileren als aantrekkelijk vestigingland voor kenniswerkers en kennisindustrie: Engelssprekend, centraal in Europa, relatief veilig. Vanzelfsprekend hoort daarbij dat de kwaliteit van het onderwijs zelf veel beter op de kaart wordt gezet en natuurlijk moet dat digitaal.

Tenslotte, een kennisland moet experimenteren: Digitalisering zal de komende jaren exponentieel groeien. Dat zal ook voor het onderwijs grote gevolgen hebben. Welke dat zijn weten we niet exact, maar de eerste stappen zijn er al. Waar het 20 jaar geleden weken kostte om literatuur voor een scriptie te verzamelen, krijgt een student nu 200.000 hits in 1 seconde. Nu al kan een student een deel van zijn of haar opleiding bij elkaar googelen. Nederland is een van de meest digitale landen ter wereld. Vrijwel iedereen heeft toegang tot internet. SURF heeft daarbij gezorgd voor een uitstekende digitale ontsluiting van het hoger onderwijs. Dat geeft ons land een potentiële voorsprong als het gaat om het inzetten van ICT in het onderwijs, het combineren van digitaal en live onderwijs en het experimenteren met nieuwe onderwijsvormen, om het Verenigd Koninkrijk en ook Spanje in te halen en China en India voor te blijven.

Kortom: voldoende redenen voor de Nederlandse overheid om actief open leermiddelen te stimuleren.

Anka Mulder is directeur onderwijs- & studentenzaken bij de TU Delft en Board Member van het internationale OCW Consortium. Karel Luyben is rector magnificus van de TU Delft"

The wind is blowing… off shore

 

TU Delft engineer Jan van der Tempel strongly believes in off shore wind energy. “Off shore wind energy is the way foreward,” he says. “Thanks to new technology, off shore wind has become a true alternative energy source. Nowadays and in the near future things are possible that we could not have guessed a couple of years before.”

Check out the short 9 minute lecture and find out what Jan van der Tempel is talking about! And if you’d actually like to learn how how to design these offshore wind farms, make sure to take a look at the entire course of OpenCourseWare Offshore Windfarm Design

YouTube Preview Image

Tweets from the Global OpenCourseWare Consortium Conference

Last week the yearly global conference of the OpenCourseWare
Consortium took place in Hanoi Vietnam. There were more than 200
participants from all over the world. Willem van Valkenburg and Anka Mulder participated representing TU Delft.

You can find Willem van Valkenburg’s conference tweets (Hashtag #ocw2010) on his weblog.

Anka Mulder: Why should governments be interested in open educational resources?

Anka Mulder (Director Education & Student Affairs and OCW Consortium board member) blogs about what Open Educational Resources can do for their country’s educational policies and budget.What’s in it for them?

"From 5-7 May the 5th annual OCW consortium conference took place. This year’s main subject was: Open Course Ware and educational policy.

OpenER
in most countries has grown despite a lack of government interest. OCW
started in the US: MIT decided to put all its courses on line, with the
financial aid of the Hewlett foundation. In Spain, OCW is supported by
universities and one of the country’s banks. In the Netherlands, two
universities are very active, encouraged by international interest and
that of learners in companies. Recently, some governments have started
to explore what Open Educational Resources can do for their country’s
educational policies and budget. So why should governments be
interested? What’s in it for them?

1. make higher education accessible:
Hal Plotkin, higher education advisor to the US government, talked
about US plans to invest $500 million in OpenEr, notably to facilitate
more students to get their education at one of the US community
colleges. Students who would otherwise not go for a higher education
diploma.

2. pay for higher education for a growing number of students:
Interest in the possibilities of OpenER is growing in developing
countries as well, such as Vietnam. This is often for very practical
reasons: students and governments are simply not able to pay for course
materials. Gary Matkin from the University of California / Irvine
stated that an increase of 1% in participation in higher education in
India implies 1 million more students. In order to pay for this,
India’s government will have to be creative.

By the way, the
same is true for many Western governments, which are facing major
budget cuts, including on higher education, at a time where students
numbers are increasing rapidly. Unless new methods are used, budget
cuts will lead to a drop in quality and lower standards of teaching.

3. compete on the higher education talent market:
With the support of the UK government, JISC had been able to carry out
several OpenER projects in the UK. As a result the Open University UK
is now one of the world leaders in OpenEr in higher education. OpenER
also supports the strong international position the UK has in higher
education by making the quality of UK higher education visible to the
whole world"

© 2011 TU Delft